Op kleine schaal iets kunnen betekenen is al heel waardevol
Wie een mentale beperking heeft, kan terecht bij heel wat hulporganisaties. Maar als je nieuw bent in ons land, is de weg daarheen niet zo vanzelfsprekend. In mei 2021 ging CuSeHa van start. Dit gezamenlijk project van het Kenniscentrum Welzijn Wonen, Zorg (WWZ) en Dienst Ondersteuningsplan Vlaams-Brabant en Brussel (DOP), richt zich op cultuursensitieve zorg voor mensen met een handicap (CuSeHa). Het doel is om de drempels voor mensen met een migratieachtergrond te verlagen.
Hoe is het project ontstaan?
Laure: “Via een onderzoek van onder andere ons kenniscentrum brachten we in kaart hoe het gesteld is met de zorg voor personen met een beperking in Brussel. Verder maakten we ook verschillende analyses van de organisatie van het welzijnslandschap in die stad. Uit de resultaten bleek dat het aanbod voor personen met een handicap een grote groep mensen met een migratieachtergrond niet bereikte. Dat zien we in het publiek, maar ook in bijvoorbeeld het personeel. We vingen vanuit het werkveld heel wat signalen dat er nood is aan een kader om met die groep mensen in interactie te gaan. De politiek heeft die signalen opgevangen en op vraag van het kabinet van Minister Beke (Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding) en minister Somers (Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen) is er een projectoproep gelanceerd. Daaruit is CuSeHa ontstaan.”
Hoe komt het dat die doelgroep zo moeilijk te bereiken is?
Michelle: “Personen met een beperking kunnen recht hebben op de financiering voor handicapspecifieke ondersteuning, een persoonsvolgend budget (PVB) heet dat. Dat recht krijgen ze echter enkel wanneer het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap (VAPH) hun beperking erkent. Maar voor die erkenning heb je eerst een diagnose nodig, en voor mensen met een migratieachtergrond zijn er heel veel drempels om een diagnostisch centrum binnen te gaan. Een eerste hindernis is de taal, maar er is ook vertekening in de testing zelf. Die tests zijn namelijk opgemaakt vanuit heel westerse opvattingen. Waar weinig oogcontact in onze cultuur bijvoorbeeld kan wijzen op autisme, is dat elders net een teken van respect. We werken verder ook vaak met prentjes, maar bepaalde tekeningen geven zaken weer die in andere culturen niet bestaan. Denk maar aan een bolhoed, om een simpel voorbeeld te geven. Dat is iets dat mensen met een migratieachtergrond vaak niet kennen. Tot slot is ook de betaalbaarheid nog een mogelijke drempel.”
Laure: “Opvallend voor deze doelgroep is ook de visie die ze soms hebben op personen met een handicap. Sommige religies zien een beperking als een keuze van god, waardoor de ouders zichzelf verantwoordelijk achten voor de zorg. Als zorgverlener ben je je niet altijd bewust van die visie. Daarnaast is er volgens mij ook veel wantrouwen naar de Belgische maatschappij. Wanneer we spreken over personen met een migratieachtergrond, heb je de eerste en tweede generatie, maar ook mensen die nog maar net in ons land zijn aangekomen. Die kampen regelmatig met trauma’s en hebben vaak een moeilijke asielprocedure achter de rug waar veel teleurstelling bij kwam kijken. Wanneer iemand je dan probeert te helpen, kan dat soms op onbegrip of ongeloof rekenen.”
CuSeHa bestaat uit twee pijlers. Hoe ziet die verdeling er precies uit?
Laure: “Binnen pijler één, waar ik rond werk, focussen we op de vraag hoe we die groep mensen met een migratieachtergrond beter kunnen bereiken en hoe we hen naar gepaste ondersteuning kunnen leiden. Verder zoeken we ook uit hoe we die ondersteuning meer op maat kunnen maken voor hen.”
Michelle: “Ik werk binnen pijler twee, die eerder focust op de cultuursensitieve diagnostiek.”
Laure: “Met pijler één gaan we een leertraject organiseren met zorgverleners en ondersteuners uit de VAPH-sector, zoals mensen die in een voorziening werken, en met interculturele organisaties, zoals het Agentschap Integratie en Inburgering. Ook sommige eerstelijnsorganisaties, zoals bijvoorbeeld gemeenschapscentra, komen in aanmerking omdat die dicht bij de bevolking staan. Zij hebben de nodige tools om vragen vanuit de doelgroep te beantwoorden en met hen in dialoog te gaan. We gaan binnen dat leertraject voor een jaar met twee werkgroepen aan de slag. Het doel is inzicht krijgen in de problemen van onze doelgroep in hun dagelijkse realiteit, om dan verder te bouwen op die knelpunten. Op basis van de noden die zij hebben, bekijken we welke verbeteracties er zijn voor de praktijk. Maar we bekijken ook welke oplossing wij naar voor zouden kunnen schuiven en organiseren om die groep beter te bereiken.”
Michelle: “Met pijler twee hopen we de eerder aangehaalde drempels voor mensen met een migratieachtergrond te verlagen door gratis en cultuursensitieve diagnostiek aan te bieden. Dat wil zeggen dat we rekening houden met de vertekening, maar ook met de taligheid van mensen met een migratieachtergrond, zodat zij achteraf wél de stap kunnen zetten om hun handicap te laten erkennen bij het VAPH en zo recht krijgen op financiering en ondersteuning daarvoor.”
Wat doen jullie binnen pijler twee dan concreet?
Michelle: “Om te beginnen laten we mensen zich eerst aanmelden. We kijken met wie we kunnen samenwerken en waar de nodige hulpverleners zitten. We proberen vooral via die weg mensen naar ons toe te leiden. Vervolgens gaan we via een intakegesprek met de cliënt bekijken wat er aan de hand is. Nadien gaan we over naar de testing. Dat zijn de gekende intelligentietesten, maar ook neuropsychologisch en sociaal-emotioneel onderzoek om de uitvoerende functies te meten. We onderzoeken hoe snel iemand kan denken, mee is met bepaalde zaken, kan switchen tussen bepaalde sociale regels enz. We komen op die manier tot een diagnose met oog voor de cultuur en de taal van die cliënt. We werken daarvoor samen met een arts en een psychiater, en mijn collega binnen DOP, die maatschappelijk assistent is. We proberen inter- en multidisciplinair samen te werken om tot een goed besluit te komen voor onze cliënten.”
CuSeHa is gericht op personen met een migratieachtergrond, met (een vermoeden van) een beperking. Over wat voor soort beperking gaat het dan precies?
Laure: “We hebben samen met onze partners besloten om vooral te focussen op personen met een mentale of licht verstandelijke beperking, maar eveneens met een autismespectrumstoornis (ASS). Binnen pijler één is er ook een optie voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel. We hebben voor die doelgroep gekozen, omdat die beperkingen minder zichtbaar zijn. Ze zijn cognitief. Daarom is het voor hulpverleners, maar ook voor ouders en familie, soms moeilijk te herkennen dat er wel degelijk iets speelt, en dat het niet gaat om bijvoorbeeld – heel stereotyperend – een verwend kind. We focussen ons op volwassenen en kinderen vanaf 6 jaar.”
Michelle: “Bij ons in pijler twee is de doelgroep nog iets specifieker gemaakt, omdat wij met meer beperking zitten. We zijn met een klein team om de diagnostiek te doen en moeten rekening houden met de middelen die we ter beschikking hebben binnen dit project. We hebben er daarom voor gekozen realistisch te zijn en de doelgroep iets meer te vernauwen. Mensen met een niet-aangeboren hersenletsel vallen er dan wat buiten, omdat dat veel medische expertise vraagt die we niet kunnen bieden op dit moment. We beperken ons daarom tot ASS en licht verstandelijke beperkingen bij volwassenen die in Brussel wonen en een eerste- of tweedegraads migratieachtergrond hebben. De cliënten komen zowel van buiten als binnen Europa, bij die laatste op voorwaarde dat ze geen Nederlands of Frans spreken natuurlijk. Want het gaat er wel om dat ze niet terecht kunnen in de reguliere diagnostische centra.”
Wat zijn jullie verwachtingen van dit project? Wat hopen jullie te bereiken?
Michelle: “We hopen aanbevelingen naar het beleid te kunnen doen, maar ook dat we tools specifiek voor de hulpverlening kunnen doorgeven. We willen op het einde van het project alles wat we verzameld hebben van expertise en praktische tips uitschrijven en bundelen zodat die overgeheveld kunnen worden naar andere plaatsen in Vlaanderen. Als ik op kleinere schaal kijk, dan hoop ik natuurlijk ook om kwalitatieve diagnostiek te geven aan onze cliënten en dat die mensen nadien ook verdere stappen kunnen ondernemen voor de erkenning van hun handicap en financiering.”
Laure: “Ik hoop ook dat structurele plaatje te kunnen meegeven. Maar ik ga ook blij zijn als we doorheen het proces mensen hebben kunnen laten reflecteren over hun eigen blik op dit onderwerp en dat we samen tot een gedeelde visie komen.”
Michelle: “Ik zou het ook een mooie resultaat vinden als we alle neuzen in dezelfde richting krijgen. Voor de mensen waarmee je gewerkt hebt op kleine schaal iets kunnen betekenen, is al heel waardevol.”
Laure Bakker is projectmedewerker bij kenniscentrum WWZ. Ze werkt binnen de eerste pijler van het CuSeHa-project.
Michelle Vereecke is klinisch psycholoog bij DOP. Ze zet haar expertise in binnen de tweede pijler van CuSeHa.