Interview met ‘oudkomers’ Imane, Krasi, Kristopher en Sam

Published on
do, 30/04/2015 - 09:46

bon is er niet enkel voor nieuwkomers: de laatste jaren volgen ook steeds meer ‘oudkomers’ een inburgeringstraject. Cursisten zoals Imane, Sam, Kristopher en Krasi, die al 5, 7 of 10 jaar in België wonen. Sommige oudkomers volgen een inburgeringstraject met de bedoeling de Belgische nationaliteit te verwerven, anderen zijn vooral op zoek naar een sociaal netwerk of naar werk. Door Marianne Buyck en Liesbeth Sacré

 
Imane, Krasi, Sam & Kristopher

Imane Ait Abbou komt uit Marokko en behaalde een diploma ingenieur afvalverwerking in Frankrijk. Krasimira Jorgova is een meertalig administratief medewerker afkomstig uit Bulgarije. Samruddhi Palaye is Indische, opgeleid als beeldend kunstenares. Kristopher Uyi Guobadia was bankdirecteur in Nigeria en is manager to be in België. We gingen met deze vier mensen in gesprek over geluk en frustraties en over een inburgeringstraject voor oudkomers.

Zijn jullie gelukkig in Brussel?

Sam: Dat is een mooie vraag. Ik ben sinds kort gelukkigér in Brussel. In het begin was het moeilijk. Een van de eerste dagen in Brussel werd mijn portefeuille gestolen en kort daarna werd in ons nieuwe appartement ingebroken. Ik was bang voor pickpockets en dieven. Mijn man en ik kenden hier niemand die ons kon geruststellen. Ik ben meer ontspannen sinds ik bon heb leren kennen. Na zeven jaar! Dankzij de cursus maatschappelijke oriëntatie is mijn visie op heel veel dingen in Brussel en België veranderd. En vooral: ik heb nu vrienden die mij bellen en die ik zelf kan opbellen als ik er nood aan heb.

Krasi: Mijn parcours in België is in Knokke-Heist begonnen. Voor mij is dat het paradijs. Alles is er klein. De mensen hangen er geen gordijnen voor hun ramen. Het is er rustig, de mensen zijn er rustig. Toen ik daar pas woonde, stuurde ik idyllische foto’s naar mijn vrienden: foto’s van mensen op de fiets, op een terrasje… Ik leerde een beetje Nederlands en dacht dat het goed was. Toen kwam ik naar Brussel en dat was een shock! Zoveel culturen, zoveel talen, zoveel chaos… Pas na een tijd begon ik de rijkdom ervan te zien en begon ik de manier waarop Brusselaars met die veelheid omgaan te appreciëren. Nu hou ik van de cocktail.
Het was wel gemakkelijker geweest als ik bon vroeger gevonden had. Jullie geven aan meertaligheid een plaats. Een Bulgaar, zoals ik, die naar hier komt, kan in het Bulgaars de cursus volgen. Hij hoeft niet te wachten tot hij Nederlands of Frans spreekt om zichzelf te beredderen. Jammer genoeg zijn jullie een uitzondering. Bij de meeste diensten is en blijft taal een probleem.

Ervaren jullie de taal als een probleem, als bron van frustratie? 

Imane: Ik kan de frustratie rond taal toch wel begrijpen. Ik ben in Brussel terechtgekomen via mijn man. Ik heb in Frankrijk gestudeerd, Frans is zo goed als mijn moedertaal. Ik heb een master in afvalbeheer, wat toch een belangrijke discipline is in deze tijd. En toch is taal een probleem. Ik heb er lang over gedaan om te begrijpen dat ik in Brussel zowel Frans als Nederlands moet spreken en schrijven om werk op mijn niveau te vinden.

Kristopher: Ik was bankier in Nigeria, een land met vele talen. Ik begrijp niet waarom mensen in België taal als een probleem beschouwen en niet een kans of een uitdaging! Dit land kan rampzalig zijn voor iemand die de taal niet spreekt.

Sam: In India hebben we een mercantiele houding ten opzichte van taal. Een potentiële klant proberen we te verstaan. Hier stel je een vraag in het Engels en krijg je als antwoord: “Kom maar terug als je onze taal spreekt”. Voor werk is het vergelijkbaar. In India begin je ergens te werken en leer je de taal die je nodig hebt van je collega’s. Hier moet je eerst de taal kennen voor ze nog maar naar je diploma willen kijken.

Krasi: Taal is belangrijk voor het vertrouwen, zowel voor de Belgen als voor de nieuwkomers/migranten. Mijn landgenoten willen dat ik met hen mee ga naar de dokter. Ik zie kinderen geboren worden van vrouwen die ik nauwelijks ken. Waarom? De aanstaande moeder wil niet alleen zijn in de bevallingskamer omdat ze niet met de dokter kan praten. Nieuwe migranten verliezen ook geld omdat ze niet begrijpen hoe de mutualiteit werkt, omdat ze de voordeelformules van het openbaar vervoer niet kennen, omdat anderen misbruik maken van hun ontreddering…

Imane: Ik heb in de vijf jaar dat ik in Brussel woon de meeste dingen zelf geleerd, met vallen en opstaan. Het heeft me inderdaad geld gekost. Je vindt niet altijd snel een juist antwoord op internet.

Wat als jullie les maatschappelijke oriëntatie (MO) zouden moeten geven aan een groep oudkomers: wat zouden jullie behouden en wat zouden jullie aan de cursus veranderen?

Imane: Ik heb zelf de cursus niet gevolgd: ik heb deelgenomen aan de vrijstellingstoets en ik was geslaagd. Ik heb wel een trajectbegeleider aan wie ik allerlei vragen kan stellen: hoe ik een goede school voor mijn kind vind, wat ik met mijn dochter kan doen in de vrije tijd, ... Ik heb ook een aantal workshops gevolgd over het schoolsysteem in België, diplomagelijkschakeling en vrijwilligerswerk. Als ik Krasi, Sam en Kristopher hoor, krijg ik wel zin om me in te schrijven (lacht). Misschien is het een goed idee om een kortere cursus maatschappelijke oriëntatie aan te bieden voor mensen zoals wij. Zo blijft er meer geld over voor lange cursussen voor de nieuwkomers.

Krasi: Voor mij was het goed zoals het was. Oudkomers en nieuwkomers zaten bij elkaar in de groep. Oudkomers kunnen de leerkracht helpen de andere cursisten te oriënteren. De onderwerpen die nieuwkomers en oudkomers willen bespreken zijn ongeveer dezelfde, alleen de concrete vragen zijn verschillend. Het lijkt me wel een goed idee om workshops rond tewerkstelling aan te bieden specifiek voor mensen die al langer in België wonen.  

Sam: Ik ben ook een sterke voorstander van gemengde groepen: oudkomers en nieuwkomers, jong en oud, … Een extra module specifiek voor expats zou wel welkom zijn. Expats hebben immers specifieke problemen waar de leerkracht geen tijd voor kan maken tijdens de les. En voor mij mag de cursus trouwens veel langer duren.  

Kristopher: Ik zou niks veranderen aan de cursus. Ik heb de voorbije jaren Franse en Nederlandse les gevolgd maar daar heb ik niet geleerd wat ik hier leerde. Ik heb in tien jaar niet de informatie gevonden die ik hier op een paar weken gekregen heb. De bezoeken zijn heel belangrijk, die mogen nog uitgebreid worden. En transport is terecht een belangrijk onderwerp in de cursus. Ik ken veel mensen die al lang in Brussel wonen en die alles te voet doen. Ze hebben schrik voor het openbaar vervoer omdat ze niet weten hoe ze een ticket moeten kopen aan de automaten. Ze kunnen de tabellen niet lezen. Ze durven geen hulp vragen omdat ze de taal niet spreken. Ze zijn opgesloten in hun buurt en in hun eigen gemeenschap.

Sam: Het is ook niet eenvoudig. Er zijn zoveel verschillende diensten: Tec, De Lijn, Stib, Mivb, NMBS, SNCB…. En dan al die verschillende tarieven! Anderzijds: sommige mensen hebben geen openbaar vervoer nodig hé. Er zijn mensen die bij hun aankomst in Brussel opgewacht worden door een taxi (glimlacht).

Kristopher: Ja, maar jij bent rijk! (lacht)

Sam: Ik wil maar zeggen: er zijn verschillende soorten mensen die in Brussel aankomen en die ook met een verschillend doel naar bon komen. Een hele uitdaging dus om nieuwkomers en oudkomers met verschillende achtergronden en perspectieven op een gepaste manier te onthalen.

We doen ons best. Bedankt Imane, Krasi, Kristopher en Sam voor dit interview!