Interview met alfacursiste Aminata Kalo

Published on
do, 25/06/2015 - 14:34

Aminata Kalo: ze wordt al eens Moeder Courage genoemd. Sinds kort noemt ze zichzelf ‘une belle forte’, een straffe madame. Dat is geoorloofd, voor een ongeletterde vrouw die in België aankwam als een hoopje ellende en die nu op eigen kracht een huis in Brussel heeft gekocht. Haar trajectbegeleider Awet ging haar opzoeken voor een interview.

Door Awet Desta Aregawi en Marianne Buyck

Wie? Aminata Kalo
Komt uit: Guinée
Leeftijd: 38
In België sinds: 2006
Inburgeringstraject bij bon: 2008, vervolg in 2013

Aminata:
“Ik wil graag mijn verhaal graag vertellen, want ik ben bon erg dankbaar. In Brussel heb ik veel geleerd. Ik heb er ook mezelf leren kennen. Nu weet ik wie Aminata is

Ik ben in België sedert 2006. Ik ben gevlucht uit Guinee met de hulp van enkele vrouwen. Ik wist niets over België. Ik kende geen Frans en al zeker geen Nederlands! Ik sprak Malinké, de taal van mijn dorp en mijn volk, en Soussou en Peuhl, geleerd in Conakry. Lezen en schrijven kon ik niet. Ik ben nooit naar school geweest. In mijn geboortedorp is geen school. Mijn ouders hebben in hun leven zelfs geen school gezien. Hun kinderen buiten het dorp naar school laten gaan om iets te leren wat je in het dorp niet kan gebruiken … daar werd niet over gesproken.

Op jonge leeftijd stuurden mijn ouders mij naar Conakry om te trouwen met een man die al een vrouw had. In zijn huis was ik de kok, de was- en de poetsvrouw, ik deed er alles. En al snel kreeg ik een kind. Mijn dochter Fanta is nu 22 jaar.

Mijn leven in Guinee is samen te vatten in één woord: ‘souffrance’, leed… Ik ken het woord van binnen en van buiten. Ik heb me zo diep ellendig gevoeld dat alleen dat woord nog overbleef. De eerste vrouw van mijn man kende mijn lijden ook en zij heeft me helpen vluchten. Zij wilde mijn dood niet op haar geweten hebben. Mijn dochter Fanta heb ik toen moeten achterlaten bij een andere vrouw, dat maakte het extra moeilijk.

In België werd ik naar het asielcentrum in Fraipont gebracht. Ik leerde er een beetje Frans. Na zes maanden kreeg ik het statuut van vluchteling op basis van mijn gedwongen huwelijk. Ik verhuisde naar Luik, waar mijn sociaal assistente me inschreef bij Lire et Ecrire. Maar mijn hoofd zat te vol en ik leerde niets. Ik kreeg in Luik geen contact met de mensen. Ik hoorde lotgenoten vertellen over Brussel en ik ben weer vertrokken.

In Brussel vond ik wat rust. Ik kon me opnieuw concentreren. Via andere mensen uit Guinee kwam ik bij bon terecht en sinds dan is er veel veranderd. Katarina, mijn leerkracht maatschappelijke oriëntatie, was echt goed voor mij. Ik leerde wat hier mag en wat niet. Ik leerde hoe het leven in België georganiseerd is. Katarina leerde me wat mijn rechten zijn en bij wie ik kan aankloppen om ze te verdedigen. En Awet, mijn trajectbegeleider, daar heb ik niet genoeg woorden voor. Dankzij hem weet ik nu waar ik ben, wie ik ben, wat ik kan. Nu nog, na al die jaren, kan ik bij hem terecht . Hij heeft geduld en legt me uit wat ik moet doen, stap voor stap. Ik volg de stappen. Awet hielp me met de administratie die nodig was om mijn dochter Fanta naar België te halen en om haar in een Nederlandstalige school in te schrijven in Brussel.  

Na bon volgde ik een opleiding voor poetshulp. Ik leerde hoe ik mij moet gedragen, wat mensen hier niet goed vinden en niet graag hebben. Ik vond werk via artikel 60, in een rusthuis. Ik heb altijd hard gewerkt en ik kan goed sparen. Ik wist wat ik wou, een betere toekomst voor mij en mijn kind, een eigen huis om in te wonen.

Maar ik had ook opnieuw een man. Ik ben getrouwd met een man uit Mali en heb twee kinderen met hem. Maar de man was niet goed voor mijn plan. Hij wilde niet werken. Hij leefde van mijn geld, van mijn werk. Ik heb hulp gevraagd op de school van mijn kinderen. Ik wilde zeker zijn dat ik na een scheiding mijn kinderen kon houden. En dat is gelukt. Ik woon alleen met mijn kinderen, ik ben de mama en de papa. Mijn dochter Fanta helpt me. De vader van de kleintjes woont op een kamer en heeft bezoekrecht. Ik kan weer sparen en verder werken aan mijn plan: een veilige plek voor mij en mijn kinderen.

Mijn Congolese buurvrouw vertelde mij over de Community Land Trust, een organisatie die ervoor zorgt dat mensen met een soort tontine een huis kunnen kopen. Ik heb me goed laten informeren. Ik heb een lening aangevraagd bij het Woningfonds. Ik heb geduld gehad en gespaard en nu heb ik mijn huis. Ik ben er vorige maand in gaan wonen. Het is een goed en gezond huis, ik ben erg gelukkig.

Nu ben ik echt Aminata. Ik weet wat ik wil en hoe ik er voor kan vechten. Nu ben ik een ‘belle forte’, een ‘straffe madame’. Nu heb ik altijd courage.”

Awet:
“Aminata, is er nog iets wat wat we voor jou kunnen doen nu?”

Aminata:
“Ja! Zeker! Ik heb in Brussel veel kennissen en vrienden. Ik ken veel mensen die al Belg geworden zijn, maar ik heb jammer genoeg nog geen Belgische vriendinnen met Belgische families die me de binnenkant van België en de Belgen kunnen leren kennen.”

Awet:
“Daar probeer ik voor te zorgen!”