Eric Corijn over 10 jaar inburgering in Brussel

Published on
ma, 09/12/2013 - 13:40

In 2014 bestaat bon 10 jaar. Wat is de balans van 10 jaar inburgering in Brussel en wat verwacht u van de komende 10 jaar? Dat vroegen we aan Eric Corijn, Brusselkenner en professor emeritus sociale en culturele geografie aan de VUB.

Hoe kijkt u terug op 10 jaar inburgering in Brussel?
Corijn: Het inburgeringsdebat in Vlaanderen zit gevat in een nogal onaangename tweespalt. Aan de ene kant is inburgering een uiting van gastvrijheid. Het is een manier om nieuwkomers de kans te geven kennis te maken met de taal en de leefwijze van de plek van aankomst. Aan de andere kant is het ook een uiting van een vrij dwingende opdracht. Nieuwkomers moeten zich zo snel mogelijk te assimileren in een landstreek die erg gesteld is op eigenheid en zelf nogal moeilijk omgaat met verschil. Daarom heeft Franstalig België inburgering en zeker verplichte inburgering ook altijd argwanend bekeken.

Die omstandigheden hebben de discussie en de praktijk in Brussel zeker getekend. Het heeft lang geduurd om zo'n inburgeringsbeleid algemeen te doen aanvaarden in het Brussels stadsgewest. Tegelijk heeft de Vlaams-Brusselse inburgering zich moeten aanpassen aan de specifieke context. Brussel is immers een multiculturele, officieel bicommunautaire stad waarin de Vlaamse gemeenschap sociologisch een kleine minderheid van de bevolking vertegenwoordigt. Die veelvuldige Brusselse praktijk heeft wél een schat aan ervaringen en nuttige kennis opgebracht. Ik heb de indruk dat vandaag pas de tijd rijp is om vanuit die diversiteit na te denken over wat inburgering in Brussel moet betekenen.

Wat verwacht u de komende 10 jaar van inburgering in Brussel?
Corijn: Ik zie twee uitdagingen. Allereerst moet inburgering als een positief aanbod worden gezien. Het moet ontdaan worden van alle ideologische randdebatten die meestal kaderen in een nogal xenofobe sfeer en een repressieve aanpak. Het is duidelijk dat onze samenleving inburgering niet makkelijk maakt. De toegang tot de arbeidsmarkt, tot politieke rechten, tot voorzieningen, tot de media is overwegend discriminatoir. Ik hoop dat Vlaamse en Franstalige gemeenschappen hun positieve ervaringen samenleggen om tot de beste praktijken te komen. Ik hoop ook dat er in de toekomst veel krachtdadiger wordt gereageerd tegen het open en sluimerend racisme in onze samenleving.

Vervolgens hoop ik dat inburgering een stap verder zet dan de "inburgering in één van de twee officiële gemeenschappen" en begint na te denken over wat het betekent om lid te worden van een stedelijke samenleving in een kleine wereldstad. Een stad is geen land, een stad is een postnationale samenleving. Dat moet leiden tot eigen eindtermen. De discussie daarover mag ook over onderwijs, kunst en cultuur en welzijn gaan. Op een termijn van tien jaar mogen we wel hopen op een verruiming van de geesten.

Wat wenst u bon toe in 2014?
Corijn: Alle succes! Voldoende capaciteit en middelen om aan de vraag te voldoen. En ook de tijd en de energie om de eigen ervaring en knowhow in te zetten voor de uitwerking van een echt Brussels project dat ingaat tegen alle neigingen tot apartheid.