Een weekje over de plas

Published on
do, 28/02/2013 - 13:13

Geert Daems, coördinator balie & trajectbegeleiders bij bon, is net terug van zijn bezoek aan Québec. Hij schreef enkele bedenkingen en impressies neer.

Vorige week had ik de eer en het genoegen om met een paar collega’s uit de sector (Inge Hellemans van het agentschap Inburgering, en Marjolijn Van Dooren van het Onthaalbureau provincie Antwerpen) mee te kunnen naar Québec, een relatief autonome provincie van Canada, met als belangrijkste kenmerk dat er Frans wordt gesproken. Onder een gestage sneeuwval maakten we kennis met de immigratie-instanties en de onthalende en begeleidende ‘organismes’ op het terrein. De uitwisseling past in reeks ontmoetingen rond integratie die worden georganiseerd tussen Québec en Inburgering. De brede focus lag ditmaal op trajectbegeleiding.

Immigratie is in Canada een belangrijk antwoord op de vergrijzing en de krimpende bevolking. Door zijn geografische ligging kan Canada een zeer gerichte immigratie organiseren: er is de Atlantische Oceaan, de noordpool bereist ook al niet vlot en sinds 9/11 krijgt de grenzenpolitiek met de VS meer aandacht. De autoriteiten kunnen relatief makkelijk beslissen hoeveel en welke mensen het land in mogen.

Canada kiest grotendeels voor geselecteerde economische immigratie: hooggeschoolden, investeerders, gespecialiseerde arbeiders. Tekenend: de gemiddelde immigrant in Québec heeft méér jaren scholing genoten dan de gemiddelde local.

Québec dus. Het is de enige Canadese provincie die zijn selectiecriteria voor immigratie zelf mag opstellen, en dat komt door de prominente positie van het Frans. Maar tegelijkertijd ruilt een aantal nieuwkomers na verloop van tijd de Franstalige provincie weer voor een Engelstalige omgeving. Québec is genoodzaakt een arsenaal aan instrumenten in stelling te brengen, met het oog op de duurzame vestiging en inschakeling van immigranten op zijn grondgebied.

Dat vestigingsparcours hebben we gezien. Iemand die in zijn eigen land een toegangsticket tot Québec bemachtigt (CSQ, certificat de sélection de Québec), krijgt meteen toegang tot een elektronisch platform met informatie over de praktische vestiging, de arbeidsmarkt en de erkenning van kwalificaties en competenties, maar ook een begeleiding door een begeleider op afstand. Een ander platform biedt de mogelijkheid om door afstandsleren Francisation te volgen: zelfstandig oefeningen maken en stof verwerken, een chat, skype-klasjes met een aantal cursisten - alles begeleid door  een tuteur. Het integratieproces begint dus al (vele) maanden voor de aankomst.

Het fysieke onthaal start bij aankomst op de luchthaven, de belangrijkste toegangspoort tot Québec.  Een immigratieambtenaar ontvangt de pas gelande nieuwkomer, geeft basisinfo en legt uit wat er de eerste dagen en weken op het programma staat. Dat zijn onder meer een ‘PDI’ (‘Premières démarches d’installation’, een infosessie van 3 uur in het Frans), zonodig extra taallessen en een ‘Objectif Intégration’ (een one-way snel-MO Frans van 24 lesuren), en tot slot overdracht naar Emploi Québec (de VDAB van Québec) en/of de verschillende organisaties die in begeleiding voorzien.

Zonder in een goed-slecht discours te vallen, was het leerrijk Vlaanderen-Brussel en Québec te vergelijken.

Wat valt op als we gaan kijken naar de verschillen (behalve het grote verschil in het gemiddelde scholingsprofiel van de migrant)?

  • Het integratieaanbod ter plaatse is niet verplicht en is gratis, maar de immigratie zelf is dat niet: voor het inreisvisum en het CSQ wordt (fors) betaald.
  • De snelheid van het aanbod: onthaal op de luchthaven, binnen de 5 dagen een PDI, binnen de maand een Objectief Intégration.
  • De immigrant krijgt (aanzienlijke) vergoedingen voor het volgen van taalessen.
  • Een grote samenwerking en ontmoetingen  tussen het bedrijfsleven en de immigrant, vaak georganiseerd door lokale organisaties
  • Beleid van régionalisation: het verspreiden van immigranten over het grondgebied, onder meer door het actief en gericht werken aan een match tussen een vacature en een immigrant.
  • Financiële aanmoedigingen voor werkgevers voor de aanwerving en ondersteuning op de werkvloer van immigranten.
  • Bepaalde organisaties nemen de rol op van arbeidsconsulent voor immigranten en gaan verder dan onze onthaalbureaus, bijvoorbeeld door het opstellen van een persoonlijk actieplan in fases, sollicitatiesimulaties en ontmoetingen met HR-diensten, het faciliteren van stages bij kamers van koophandel en werkgevers.
  • Geen centrale gegevensuitwisseling tussen de organisaties en het ministerie, er is ook geen geïntegreerd (doelen-) kader
  • De organismes werken met budgetten van verschillende oorsprong en hebben een grote eigenheid, een ander profiel, doelgroep en werking. Afhankelijk van de spreker werkt dit versnipperend of net op maat. De koepelorganisatie is faciliterend, niet sturend (of misschien is dit net een overeenkomst?).
  • De rollen en omkadering van de intervenants (trajectbegeleiders) lijken minder sterk ontwikkeld dan in Vlaanderen-Brussel, al hebben we dat niet op microniveau kunnen onderzoeken. We hebben de vraag gesteld om nog een gemiddeld profiel van de intervenant te verkrijgen inzake talenkennis, ervaring en opleiding.

Er zijn ook opvallende overeenkomsten:

  • De werkloosheid onder immigranten is hoger dan het gemiddelde voor heel Québec.
  • Het duurt doorgaans verschillende jaren eer een immigrant de beoogde sociaal-economische positie bekleedt.
  • Ondanks de selectie kampt ook Canada met overkwalificering bij immigranten
  • Het gelijkschakelen van diploma’s en het erkennen van competenties gaat traag, mislukt soms  -  verklaring: de professionele ordes koesteren protectionistische reflexen.
  • Er is discriminatie van immigranten, die is het hoogst bij de fysiek ‘zichtbare’ immigranten. Zowel op de arbeidsmarkt als in de samenleving.
  • De régionalisation vond zijn oorsprong omdat de werkloosheid in de grootstad Montreal groter is dan in de rand (zoeken en vervangen: Montreal en Brussel).

Voor wie dit alles wel aantrekkelijk vindt en zijn kansen op een toegangsticket wil kennen: doe hier de test. Uit goede bron: ben je jong en vruchtbaar, spreek je Frans en Engels en ben je gediplomeerd: extra punten!

Tot slot, Montreal: een hybride stad langs een grote rivier. Amerikaans van uitzicht (brede avenues in dambordpatroon, grote slurpende jeeps) maar zelfverklaard Europees denkend. De binnenstad heeft charme: het is er niet te hectisch, de woonbuurten hebben verzorgde huisjes en het oude centrum lijkt op Gent rond de Korenmarkt, souvenirwinkels incluis. De grootste troef zijn de duizenden restaurantjes: wij aten er zonder zoeken Vietnamees, Indisch, Caribisch, Spaans en Japans. En elke dag een vettig Amerikaans ontbijt tegen de kou.